dinsdag 9 augustus 2016

Verbazing over KPN dat opzeg-signalen niet weet op te pikken

In de categorie klein winkelleed moet ik deze keer even een bijzonder opmerkelijk verhaal over KPN kwijt, uit zeer betrouwbare bron verkregen. Het blijft verbazend om te zien hoe juist in modernere tijden het steeds moeilijker blijkt voor KPN om op de juiste manier de juiste signalen op te pikken en door te geven.

De startsituatie
De startsituatie was simpel; op een eenvoudig lijntje moest een back-up DSL voorziening worden aangelegd. Volgens KPN moest je dan ook bellen over IP afnemen, ook als je dat niet wilde. Want anders kon het niet worden aangelegd. En de maximum snelheid was 8 MB. Afijn, aldus geschiedde.

Vervolgens kwam er dit voorjaar een bericht van KPN: tijd voor tariefsverhoging per 1 juni. Welaan, nooit leuk, dus mijn bron besloot op zoek te gaan naar een alternatief. Wat bleek?

Tele2 kon 20 MB leveren, zonder bellen over IP, voor de helft van de prijs en zo werd een overstap georganiseerd per 1 juni. Want bij tariefsverhoging kun je namelijk zo van je contract af.

De overstap: bijna goed
Er werd opgezegd, het KPN modem werd teruggestuurd en ingeruild voor een Tele2-exemplaar en vanaf juni ging alles goed. Althans, technisch gezien ging het pico bello. KPN zette zelf ergens een knop om en vervolgens nam Tele2 alles over.

Na een tijdje bleek dat echter de facturen van KPN doorgingen. Eerst die over juni. Toen over juli. En vervolgens kwamen er de standaard-dreigbrieven van KPN. U moet betalen anders sluiten we uw aansluiting af.

Hé, dat is gek dacht mijn bron: hoe kan KPN me nu willen afsluiten als ze dat technisch al gedaan hebben en ook weet hebben van mijn opzegging en mijn overstap naar Tele2?

Een brief aan de baas per eind juli
Vers terug van vakantie werd eind juli een brief naar Bob Mols, hoofd Klantenservice gestuurd om uit te leggen dat van alle signalen die er zijn, die van de opzegging kennelijk toch niet doorkwam.

En hoera, binnen twee weken daarna volgde een reactie van KPN. Echter, niet een brief met excuus of anderszins. Maar een herhaaldreiging van de strekking:
- Wij gaan u afsluiten en u moet ons betalen, ook inclusief de maand augustus natuurlijk
- Ik beëindig het contract per medio augustus.

Verbaasd?
Van alle signalen die er over de lijn gaan, slaagt KPN er niet in om opzeggingen van haar klanten te verwerken. De opzegging na tariefsverhoging werd ergens gemist. Het geretourneerde modem doet geen belletje rinkelen. En zelfs een klassieke brief naar hoofd klantenservice komt kennelijk niet door.

Inmiddels is de brief van eind juli en de onterechte rekening nu aangetekend retour gestuurd aan KPN en is het afwachten hoe dit verhaal afloopt.

Wil de echte Bob Mols opstaan?
Het moge duidelijk zijn dat je rol als hoofd Klantenservice bij KPN bij zo'n blunderende organisatie een weinig verheffende dagtaak is. Maar dat er helemaal geen reactie komt op gestuurde brieven anders dan herhaling van geautomatiseerde dreigbrieven, doet me iets anders vermoeden.

Er is helemaal geen Bob Mols, er werken ook geen mensen meer bij KPN Klantenservice. Het enige wat er nog is, is een set virtuele werknemers met pseudo-identiteiten waarachter een big-data algoritme schuilgaat.

Alleen is het ook dan nog steeds triest dat het concept 'opzegging' nog niet tot de big data doordringt.

zaterdag 23 juli 2016

Verbazing en zorg over ontsporende democratiëen (inclusief Nederland)

Er gebeurt nog wel wat dezer dagen in de wereld. In Groot Brittannië loopt een referendum uit in politieke chaos terwijl in Turkije een potentaat een coup gebruikt om een tegencoup te plegen en zijn plek als dictator te vestigen. In Nederland mondt een referendum over Oekraïne uit in een nodeloze discussie over voor en tegen Europa. Ondertussen valt ook de VS ten prooi aan het verschijnsel adhoc-Sinterklaas politiek dat we hier en in Denemarken al zo lang kennen. De democratie ontspoort en het verbaast me zowel wel als niet.

Wat me verbaast is dat in Nederland te weinig gezien wordt dat de onvrede en kloof in het democratische debat veroorzaakt wordt door het negeren van de elementaire spelregels van het democratische debat. Hoe zeer we ook naar andere landen kunnen wijzen, de Nederlandse politici zijn als collectief even machts-georiënteerd als een willekeurige dictator die gewoon de regels naar zijn hand zet omdat hij aan de macht is (en lak heeft aan eerdere beloftes of democratische afspraken en verwachtingen).

Wat me minder verbaast, maar misschien minder algemeen wordt erkend, is dat de maatschappelijke constellatie waarin deze ontwikkelingen zich afspelen, fundamenteel veranderd is. Waar je vroeger in de analoge tijd een ongewenst staatshoofd met listig tegenspel nog vanuit het volk of tegenkrachten van zijn plek kon krijgen, is dat tegenwoordig veel moeilijker. Deze gedachte is me bijgeblijven uit een inspirerend betoog dat ik al ruim 20 jaar geleden hoorde van Philip Zimmermann, de bedenker van het programma PGP (Pretty Good Privacy).

Zijn cruciale overwegingen bij het ontwikkelen van encryptie-technieken ten behoeve van privacy waren dat:
- de aanname onjuist is dat de overheid altijd de burger goed gezind zal zijn,
- de ontwikkeling van digitale techniek de overheid steeds machtiger maakt
- bij een digitale overheid het steeds moeilijker wordt om slechte overheden te wippen (in tegenstelling tot overheden uit het analoge tijdperk).

Het belang van zijn gedachtegang is nog groter geworden door de opkomst van sociale media. Deze versterken de korte termijn gedrevenheid in de politiek en maken het onwaarschijnlijker dat grote (systeem)veranderingen plaatsvinden in een democratie. Er kan nog slechts in de marge worden gesleuteld want grote wijzigingen leiden tot groot tumult, tenzij ze raken aan een politiek onmondige doelgroep.

Het netto effect is echter dat we als Nederland, als Europa, stilzitten en nietsdoen, onze eigen democratie afglijdt naar een democratie zonder rechtszekerheid en evenzo blijven stilzitten als in Suriname een loopje wordt genomen met de rechtsstaat, in Indonesië of - meer recent - in Turkije. De ernst van de situatie in Turkije (maar ook Nederland) is dus veel groter dan gedacht.

Er is relatief weinig tijd om na te denken hoe we hiermee om te gaan en een korte-termijn gedreven politiek zal er niet eenvoudig in slagen om dit vraagstuk op te lossen.

De kloof is terug in het nationale debat
Met het referendum over Oekraïne werd nog eens duidelijk hoezeer het verschil is tussen een (oude) politiek van compromis, consensus en draagvlak ten opzichte van de (nieuwe) politiek van de onderbuik en de polarisatie. Er wordt gesproken over de kloof tussen burger en politiek en gezocht naar oorzaken. De teneur daarbij is dat de politiek beter moet luisteren naar het volk om die kloof te dichten. Dat lijkt mij echter te makkelijk.

Wie, zoals ondergetekende, al wat jaren meeloopt, ziet dat de politici hun eigen verhaal en identiteit opgeven in ruil voor korte termijn successen en makkelijk gebral. Temidden van overdaad aan quotebehoeftige media wordt niet langer gezocht naar werkende maatschappelijke oplossingen, maar incidentgedreven nieuwe regels en aanpassingen. Keer op keer worden daarbij de basisregels uit de democratie genegeerd:
- adviezen van Raad van State en vakraden worden genegeerd,
- het principe van terugwerkende kracht wordt niet geborgd,
- wetten worden verzonnen waarvan de werking/uitvoering in de praktijk onhaalbaar is binnen de politiek gedreven termijnen,
- evidente normatieve conclusies die horen te leiden tot vertrek van bewindspersonen (zoals die van Justitie) worden voor het gemak genegeerd in verband met de aanstaande verkiezingen.

De veelbesproken kloof tussen staat/politiek en burgers ontstaat naar mijn mening dan ook niet omdat de staat niet doet wat de burgers zouden willen. De kloof is ontstaan doordat burgers haarfijn aanvoelen dat de rechtszekerheid en koersbestendigheid van de overheid keer op keer in het gedrang komt. We kunnen nu wel met zijn allen naar Turkije wijzen (waar het niet echt de goede kant uitgaat) maar op onze eigen manier lakken de politici de democratische fatsoensregels richting de burgers aan de laars. En die reageren daarop boos en terecht met een houding van: die politici zitten er alleen voor zichzelf en niet voor mij. En op een fundamenteel niveau hebben ze daarin volkomen gelijk. Wie vervolgens aan die boosheid appeleert vindt snel een hoop mensen aan zijn zijde.

Van echte zelfreflectie door de politiek komt het ondertussen niet, ondanks de luide oproep van tal van organen om hier werk van te maken. Tegelijk zie ik aan de bezoekers-aantallen van mijn eigen pagina over Nederlandse lente dat er steeds meer mensen op zoek zijn naar het nieuwe verhaal voor Nederland als geheel. Ik denk echter dat we dat van de Nederlandse politici niet hoeven te verwachten zolang ze de basisregels blijven negeren. Wat resteert is een geleidelijk afbrokkelende democratie waarbij het niet meer het respect voor de spelregels is dat de hoofdtoon voert, maar het spel om de macht.

Het spel om de macht en knikkers in een digitale en social media wereld
In een digitale en social media wereld kan een overheid snel en veel macht uitoefenen als hij de burger slechtgezind is c.q. in handen van een potentaat. In handen van een democratisch politiek orgaan verwordt de overheid tot een rentmeester van de oude politiek. De euro was zo'n beetje het laatste lange termijn project dat nog kon worden ingevoerd en vanaf dat moment is het schipperen geblazen. Op de oude institutionele restanten worden sindsdien vooral  incident-gedreven politieke maatregelen genomen zonder lange termijn visie en onderliggende gezamenlijke en gemeenschappelijke waarden.

In zo'n situatie moddert een echte democratie maar wat aan (zie Srebrenica, vluchtelingenvraagstuk Europa etc) terwijl een potentaat juist de touwtjes naar zich toe kan trekken, mits listig gespeeld. En dat is wat we precies kunnen zien gebeuren in de verhouding tussen Europa en Turkije, Europa en Rusland en ook Europa en China.

We veronderstellen daarbij dat de politieke situatie reversibel is en na een misbaksel als Trump er wel weer een goede President kan komen. Idem dito voor de situatie in Rusland met Putin, die in Suriname met Bouterse of die in Turkije met Erdogan. Maar wat als deze mannen er in slagen op onnavolgbare manier aan de macht te blijven ?

Zou het zo kunnen zijn dat we, wat betreft politieke dogma's en modellen op dit moment collectief in een waanfase zitten, gelijk die bij de financiële crisis? Dat we denken dat de oude modellen allemaal nog werken en we de politieke situatie op democratische wijze ten goede kunnen keren, terwijl de nieuwe (of oude) realiteit is/blijft/wordt dat het enig leidend principe bestaat uit het (tijdelijk) naar je toe halen van de macht/aanzien om jezelf en je eigen vrienden zoveel en zo lang mogelijk te begunstigen?

Dus wat nu?
Alle reden dus om in onze (en andermans) democratie met meer zorg en urgentie te waken over de gemeenschappelijke waarden en menselijke verbinding - zoals die besloten ligt in onze democratische instituties.

woensdag 8 juni 2016

Verbazing over de Nederlandse 'democratie' na zoveelste debat v/d Steur

Stel je voor dat er een land is met een Ministerie van Justitie waarin de Minister zelf keer op keer blijk geeft niet in staat te zijn gezonde en integere belangen-afwegingen te maken. Stel je voor dat de baas van het land niet (meer) wil weten wat er gebeurd is. En stel je voor dat het parlement murw gebeukt door herhaalde mismanagement van het land geen streep trekt bij gedrag dat volstrekt niet past bij de scheiding der machten van een democratie.

Is dat Angola, Sudan, Botswana of zo ?

Nee, dit is Nederland anno 2016 en ik verbaas me erover dat we dit nog een democratie noemen.

Elk zichzelf respecterend parlement, kamerlid of bewindspersoon zou een streep trekken, de eer aan zichzelf houden en vertrekken in plaats van het laffe excuusmodel of vergeetmodel te kiezen.

Wie zich nog afvraagt waarom politici geen respect meer krijgen / verdienen kan het debat van vandaag in een vitrine van het museum voor Nederlandse democratie vast ooit nog eens terugkijken.

Tot die tijd kunt u zich hier zelf nog eens verbazen:

Nader onderzoek commissie-Oosting | Debat Gemist


woensdag 18 mei 2016

Verbazing over rapportage Rekenkamer en de hamvraag: krijgt de burger waar voor zijn geld?

Ik heb me vandaag kort en snel verbaasd over de laatste rapportage van de Rekenkamer. Ik lees daarin een uitstekende analyse en goed verwoorde oproep tot zelfreflectie aan het parlement. Alleen bij de uitsmijter verbaas ik me hogelijk. Na een grondige analyse blijkt de consumentistische oproep tot zelfreflectie aan de kamer het motto te hebben: Krijgt de burger waar voor zijn geld?  Dat had natuurlijk moeten zijn: krijgt de Nederlandse samenleving met al haar belanghebbenden waar voor zijn geld.

Verantwoording 2015: de samenvatting van de Rekenkamer
Er is een prachtige samenvatting te lezen op hun de site waarin twee verhalen worden neergezet. Het ene verhaal is dat van een overheid waar het geleidelijk aan steeds beter gaat. Het andere verhaal is dat van een overheid die te veel en te snel verandert en op drie gebieden (belastingdienst, justitie, defensie) er niet in slaagt de controle te pakken.

Na een waslijst van onvolkomenheden stelt de Rekenkamer:
De lijst is langer dan dit, maar de conclusie dat de publieke sector in bijna permanente staat van reorganisatie verkeert, is niet overdreven. Dat is op zichzelf al een vraagstuk dat om aandacht vraagt. De vraag of burgers al die systeemwijzigingen kunnen volgen en weten waar ze aan moeten kloppen, en wie dan antwoord geeft, hoort er onlosmakelijk bij, maar wordt zelden gesteld. 

Om te vervolgen dat moet worden voorkomen dat we in het verkiezingsjaar al te veel veranderingen gaan doorvoeren vanwege electorale beloftes.
Het zou daarom van wijsheid getuigen als Kamer en kabinet het komend jaar gebrui­ken om zich te buigen over twee vraagstukken: de omvang van alle lopende reorganisaties en de democratische consequenties van de transities die zich in de publieke sector hebben voltrokken, en zich nog voltrekken. 

Tot zover kan ik het niet anders dan roerend met de Rekenkamer eens zijn. Maar de uitsmijter die ze dan in petto hebben verpest veel. Wat mij betreft is die uitsmijter net zo onbegrijpelijk als de gedachte dat Max Verstappen niet de grand prix van Barcelona wint, maar in de laatste meters de auto zelf in de reling stuurt.

De uitsmijter: Krijgt de burger nog wel waar voor zijn geld?
Eerst even de woorden van de rekenkamer:
Vragen stellen is makkelijker dan ze beantwoorden, dat realiseren we ons. Toch mag van een serieuze democratie verwacht worden dat er antwoord komt. Want de hamvraag blijft: krijgt de burger waar voor zijn geld?

Die hamvraag mankeert aan alle kanten, maar ik licht er even twee dimensies uit:

1. Een overheid is er niet voor alleen de groep burgers/consumenten; de overheid dient een veel bredere groep aan belangen/belanghebbenden af te wegen. Een overheid dient niet alleen de burgers, maar ook bedrijven, stichtingen, andere landen en abstracte zaken als: mensenrechten, instituties, rechtszekerheid. 
De burger krijgt daarmee soms absoluut geen waar voor zijn geld, wat goed te zien is bij rechtszaken: twee strijdende burgers kunnen natuurlijk niet verwachten dat ze beide door de rechter in het gelijk worden gesteld omdat ze anders geen waar voor hun belastinggeld krijgen. Er zijn hogere doelen en waarden in het geding die maken dat je wel betaalt en niet je consumentistische zin krijgt.
2. De overheid is geen dienstenmachine; het is onvruchtbaar  om een dienstverleningsraamwerk (krijg ik waar voor mijn geld) te gebruiken om een publieke instantie die collectieve doelen nastreeft te beoordelen. Dat leidt immers tot de gedachte dat je als burger vanwege het feit dat je belasting betaalt ook recht zou hebben op een bepaalde set diensten en tegemoetkomendheid van de overheid. 
Dat is onjuist: je bent verplicht om belasting te betalen en de baten daarvan kunnen onevenredig ten voordele van andere komen. Waar de consument waar voor zijn geld verwacht, kan de burger solidariteit en rechtszekerheid verwachten. Maar niet dat hij/zij altijd zijn individuele zin krijgt.
Het brede beeld: een broze democratie, die beter verdient
Het zal u niet verbazen als ik de recente publicatie van de Rekenkamer naast die van de Raad van State leg om te constateren dat de politici in Nederland er helaas nog steeds goed in slagen om door te gaan met hun incidentpolitiek, ten koste van het algemene vertrouwen dat de burger mag hebben in de overheid en de rechtstaat.

Ondanks de wat ongelukkige hamvraag deel ik daarom de oproep van de Rekenkamer dat een stevige zelfreflectie dit parlement en deze politici zeer goed zou doen. Ik hoop dan ook dat de rapportage van de Rekenkamer de H.H. politici daartoe van harte uitnodigt.

Want het is hoog tijd dat de politici zich nadrukkelijk afvragen hoe veel beter de Nederlandse samenleving eruit zou kunnen zien als ze zich werkelijk zouden richten op de grote lijn, de lange termijn en het respecteren van visies van instituties als Raad van State, Rekenkamer.

vrijdag 6 mei 2016

Verbazing over Erdogan of toch vooral over ambivalente Europa?

Ik kijk al enige maanden met enige droefheid naar het tafereel dat zich afspeelt rond Europa en Turkije. Europa zit klem in de vluchtelingencrisis en de Turkse president Erdogan weet daar optimaal gebruik van te maken. Wat resteert is een 'vluchtelingendeal' van onbestemd gehalte en een Turkse president die tot het uiterste gaat. Laatste nieuws is dat hij nu net weer een eerdere toezegging rond mildere terreurwetten intrekt, in de (terechte) verwachting dat ook hierin Europa meegaat.

Het doet me allemaal denken aan een klassieke soap-verhaallijn waarin een disco-eigenaar besluit om een beveiliger in te huren ter beheersing van de goede sfeer in zijn tent en beperking van de aantallen bezoekers. De man in kwestie is al veroordeeld voor te losse handjes en blijkt ook een groot temperament en foute vrienden te hebben. De disco-eigenaar rationaliseert dit allemaal onder het motto: iemand moet het vuile werk doen, dus dan moet het maar even minder netjes allemaal.

Van het een komt vervolgens het ander en voor je het weet zijn de rollen omgedraaid. De beveiliger bepaalt de regels en de disco-eigenaar moet naar zijn pijpen dansen. Of zou de plot dan nog een keer kantelen, zoals in Down en Out met Nick Nolte?

Ik weet niet zo goed waar ik me meer over moet verbazen: het ongegeneerde machtsspel van Erdogan of het ambivalente Europa dat geen spijkers met koppen weet te slaan in welke crisis dan ook.

dinsdag 5 april 2016

Verbazing over Nederlandse politici die de weg kwijt zijn aan vooravond referendum

Ok, ik geef het toe, ik ben een overoude achterhaalde regent. Maar ik verbaas me hogelijk over de Nederlandse politici van vandaag (de dag). Twee feiten zijn daar, in hun onderlinge samenhang, aanleiding toe. Ze brengen me ertoe om te concluderen dat Nederlandse politici officieel de weg kwijt zijn en ernstig aan bezinning toe.

Referendum en Raad van State
1. Naar ik uit het nieuws begrijp hebben alle partijen vanavond lopen roepen op tv dat het kabinet rekening moet gaan houden met de uitkomst van het raadgevend referendum. Dat verbaast me nogal. In de kern is het een raadgevend referendum immers.

2. De Raad van State spreekt vandaag in het jaarverslag haar grote zorg uit over de manier waarop onze democratie werkt, maar in het bijzonder hoe de politiek zich gedraagt. In hun termen:
Onder druk van veranderingen in economie en samenleving zal de behoefte aan wet- en regelgeving in de komende jaren onverminderd groot zijn. Wet- en regelgeving die maatschappelijke dynamiek ondersteunen en sturen zonder deze onnodig te belemmeren. Oplossingen daarvoor moeten worden gezocht in de kwaliteit van de bestuurlijke en wetgevende besluitvorming. Alleen door verschillende belangen en waarden adequaat in het proces van besluitvorming mee te wegen, is een doelmatige en evenwichtige afstemming van de betrokken belangen mogelijk. Het bereiken van politieke overeenstemming enerzijds en de bestuurlijk juridische afweging en besluitvorming anderzijds schuiven steeds meer ineen. Ze worden zelfs omgekeerd doorlopen. Dit stelt hoge eisen aan juridische kennis en inzichten op het moment van besluitvorming. Deze zijn echter niet steeds even goed gewaarborgd.

Nederlandse politici vegen hun billen af met de spelregels uit de rechtsstaat
De feitelijke minachting van politici voor de visie van de Raad van State en de kernwaarden van onze rechtsstaat zijn een terugkerend thema op dit blog. Er wordt incidentgericht aan knoppen gedraaid, zonder zorgvuldig rekening te houden met de adviezen van de Raad (die beogen de rechtsstaat te borgen). Een discussie over bankierseed is tekenend. Waar de Raad adviseert om dit niet te doen, trekken politici zich hier niets van aan en voila: we zijn weer een zinloze woede-gedreven regel rijker.

Het net gepubliceerde jaarverslag van de Raad is nog weer explicieter dan de vorige en roept politici op om de rechtsstaat te respecteren en de kwaliteit van bestuurlijke en wetgevende besluitvorming te verbeteren. Kortom: kabinet en kamer moeten zich meer rekenschap geven van uitvoeringstermijnen, samenhang en rechtszekerheid. Maar het antwoord kennen we al. Onder druk van opportunisme en populisme lakken politici al die basisprincipes aan hun laars.

De discussie over het referendum bevestigt dit beeld. Politici zouden de spelregels moeten vasthouden en de bestuurlijke lijn moeten volgen dat het een raadgevend referendum is (niet: doorslaggevend). Dan moet je ook aan je kiezers duidelijk maken dat het de regering vrijstaat om uit bestuurlijk oogpunt een andere keuze te maken dan de uitkomst van het referendum is.

Het misselijkmakend opportunistisch gedraai door nu aan de vooravond van het referendum opeens te gaan roepen dat Kabinet hier wat mee moet doen, zie ik als weinig positief. Een echte bestuurder en politicus heeft het lef om op de basisspelregels te blijven wijzen. Want soms moet je de boot, ondanks de bezwaren van matrozen, gewoon de Thames opsturen, tegen alle verwachtingen in.

Staatscommissie bezinning parlementair stelsel meer dan eens nodig
Mij wordt het steeds duidelijker. Deze politici zijn nu echt officieel de weg kwijt, bang voor de kiezer, opportunistisch geworden en niet bereid zich aan de spelregels te houden. In dat opportunisme wordt door hen tijdens de korte regeer/zittingsperiodes verwoed aan alle knoppen gedraaid die er in de regelgeving te vinden zijn. Dat incident-gedreven gedrag zou wat mij betreft dan ook kritisch onder de loep moeten worden genomen door de Staatscommissie Bezinning parlementair stelsel.

Ik ben ervan overtuigd dat Nederland meer heeft aan politici die niet het volk naar de mond praten dan de hele horde die dat nu wel doet.

Zou dan een JA door een groot weldenkend deel van Nederland de politici te denken geven wellicht?

zondag 3 april 2016

Geen verbazing over referendum Oekraïne: welkom in de P2P-democratie!

Waar ik me over verbaas in het debat over het referendum handelsverdrag Oekraïne is de discussie over gebruik, motieven en doel van het referendum. De aanjagers van het referendum wordt verweten dat ze op oneigenlijke gronden een politiek middel gebruiken om hun onvrede met Europa te uiten. Die initiatiefnemers erkennen dat deels, maar zelfs dan nog staat het ieder vrij om een beschikbaar democratisch instrument te benutten en is het aan de kiezers om dan een keuze te maken. Toch hoeft de publieke opinie zich, naar mijn mening, eigenlijk helemaal niet te verbazen.

Is de huidige politiek zoveel anders dan?
Al diegenen die de geen-peil initiatiefnemers verwijten een democratisch instrument te misbruiken voor persoonlijke onvrede leg ik graag deze filosofische vraag voor. Is er werkelijk verschil tussen deze initiatiefnemers en de 150 Kamerleden die elk een drive hadden om Kamerlid te worden vanuit zekere persoonlijke ambitie c.q. onvrede.

We kunnen bij geen van deze deelnemers aan het democratisch proces écht in hun hart en hersenen duiken om te zien wat ze beweegt. Zo zie ik persoonlijk dat onder andere Rutte en Samsom het ideaal om aan de knoppen te zitten van Nederland, belangrijker vinden dan het geluid dat er uit de nationale platenspeler komt. Het verwijt dat democratische middelen worden gebruikt/misbruikt in het verlengde van persoonlijke idealen kan iedereen gemaakt worden.

Doen de intentie en overwegingen van de stemmer ertoe?
Ook de discussie over intentie en overwegingen van de stemmers is interessant te noemen. Kennelijk is het interessant dat de vraag over Oekraine gaat maar er feitelijk een anti-EU sentiment naar boven kan komen. Ik zie niet in waarom dat relevant is. Op eenzelfde manier gaan de gemeentelijke verkiezingen ook steeds minder over de lokale politiek maar zijn ze een reflectie van landelijke politieke discussie.

Ons stelsel staat eenieder toe om op eigen gronden zijn stem uit te brengen en elk van die stemmen is per definitie evenveel waard. Het doet er niet toe of ik alle programma's heb gelezen of dat ik kies voor de lijststrekker met de mooiste blauwe ogen. Alle stemmen gelden en er is geen maatlat te vinden waarlangs te veroordelen is dat de intentie onjuist zou zijn.

Wat is er dan aan de hand: welkom in de P2P democratie!
Waar we nu mee te maken hebben in de samenleving is de alomvattende peer-to-peer consequentie van Internet en nieuwe media. Dat zet niet alleen business modellen op zijn kop maar ook de democratie. De nieuwe techniek leidt ertoe dat consumenten ook producenten worden (van airBnB tot leenauto's, boekverkopers etc). En die rolverschuiving leidt tot een nieuwe zelfoverschatting in de samenleving.

Iedereen denkt dat hij met een halve website, drie muisklikken en negen youtube filmpjes wel zicht heeft op hoe de wereld, bedrijfsleven of samenleving in elkaar zit. En vervolgens wordt er gezocht naar disruptieve innovatie, manieren om de ander te slim af te zijn enzovoorts. Het einddoel is daarbij veelvuldig gelegen in een zucht naar macht, geld of anderszins.

De netto-consequentie is dat we allerlei initiatieven de kop op zien steken zoals bijvoorbeeld ook Ons Geld, die met een aantal snelle statements, opvattingen en populistische taal de burger/consument wijsmaken dat de huidige wereld onnodig ingewikkeld is en dat er met een halve muisklik iets aan te doen is. Zo wordt een hoop onvrede gekanaliseerd maar tot werkelijke verbetering zal dit niet leiden.

Politiek bevestigt snoepwinkel-illusie
Politiek bezien heeft Fortuyn hier de weg gewezen, heeft Wilders hem gevolgd en is nu de massa aan de beurt. Met middelen als referenda, opiniepeiling en het jagen op de reguliere stem verwordt de democratie tot een snoepwinkel waar je naar hartelust uit mag graaien. Omdat ook de huidige politici, uit angst voor verlies van populisten, meegaan in dit schijnbeeld wordt de goegemeente wijsgemaakt dat politiek ook echt een snoepwinkel is.

De werkelijkheid is helaas anders.

Teveel snoep leidt tot rotte tanden en buikpijn.
There is no such thing as free candy.

En dat er zoveel mensen toch anders geloven, dat is wat me verbaast.

woensdag 17 februari 2016

Verbazing over huwelijkse voorwaarden misvatting: bruidsschat in sociaal leenstelsel blijft

Er wordt vanavond over de wet gesproken waarin in Nederland standaard de huwelijkse voorwaarden van toepassing zijn. Ik verbaas me er echter over dat in de krant deskundigen daarover zeggen dat het goed is omdat je zo de studieschuld van de ene partner kunt afscheiden van de ander. De feitelijkheid is echter anders. Ook ondanks huwelijkse voorwaarden zal de rijke partner mee moeten betalen aan de terugbetaling van de studieschuld van de arme.

Sociaal leenstelsel en studiefinanciering bevat bruidschat
In een eerder blog over het 'sociaal leenstelsel' heb ik al uitgelegd hoe de DUO studiefinanciering werkt. Je mag dan wel op huwelijkse voorwaarden zijn getrouwd, maar als jij een grote schuld en weinig inkomen hebt en je partner geen schuld en veel inkomen, dan rekent DUO toch met het gezamenlijk inkomen. Dit leidt er feitelijk toe dat je partner voor jou moet betalen. Zo zit een achterhaalde bruidschat verstopt in het sociaal leenstelsel..

Wie A zegt moet ook B zeggen...
Beste kamerleden, het is een illusie om te denken dat deze wet een einde maakt aan de bruidschat die verstopt zit in de studiefinancieringsregels. Als u dit wetsvoorstel steunt, ligt voor de hand dat u om exact dezelfde redenen ook de verstopte bruidschat bij terugbetaling studieleningen per ommegaande doet opheffen.

donderdag 31 december 2015

Verbazing over matige terugblikken 2015 ; 2016 vraagt om stevige bezinning parlementair stelsel

Ik heb me de afgelopen weken verbaasd over de diverse terugblikken op 2015 van de diverse media. Mooie opsommingen, maar een diepere rode draad ontbreekt. En die luidt mijns inziens dat we op allerlei fronten worden geconfronteerd met het democratiserend effect van 'nieuwe media', met gevolgen op business modellen, politiek, media en de manier waarop we met elkaar vormgeven aan de maatschappij. We slagen er echter niet in hierop een samenhangend antwoord te vinden.

De uitdaging voor 2016: visie en betrokkenheid terug in de politiek brengen
De werkelijke uitdaging voor 2016 bestaat eruit dat we onderkennen dat juist de democratiserende media, in samenhang met voortgaande economisering en mediacratie ertoe leidt dat de 'ieder-voor-zich' gedachte in alle dossiers telkens weer zwaarder weegt dan de 'wij-voor-ons-allen'. De hele wereld wordt ge-Überd, ge-airBnBd en er is te weinig aandacht voor de externe effecten hiervan en het feit dat slechts enkelen profiteren terwijl velen een (nog) onzichtbare prijs betalen.

Dat ieder-voor-zich model van de samenleving sluit helaas naadloos aan op het huidige 'pragmatische' en incidentgerichte politieke klimaat. Onder de vlag participatie-samenleving wordt zowel de bevolking als de gemeentes door het kabinet gemaand om met minder middelen, meer zorg en ondersteuning te geven. Dit soort denken is de dood in de pot voor de werkelijke verbondenheid in de samenleving.

In het voorbijgaan laten we verder ook onze maatschappelijk instituties verslonzen en verdwijnen de democratische veiligheidskleppen die we over de jaren heen hebben ingebouwd. Hoger onderwijs wordt ten onrechte beschouwd als een terug te betalen private investering. Ambtenarenstatus verdwijnt en naar de Raad van State wordt al jaren nauwelijks meer geluisterd. Wat mij betreft moet daarom 2016 het jaar worden waarin met hernieuwde visie, gezag én urgentie wordt nagedacht over de herijking van het parlementair bestel.

De centrale vraag: hoe behouden we onze instituties in de digitale P2P-samenleving?
De kernvraagstelling zou daarbij moeten zijn hoe we het best onze politiek-maatschappelijke institutionele veiligheidskleppen kunnen behouden in een zich verder ontwikkelende digitale en Peer-2-peer, individualiserende samenleving.

We moeten stoppen met denken in oude structuren en patronen die op de verzuilde baangaranderende samenleving waren gebaseerd. We moeten als de wiedeweerga een nieuw business model voor Nederland ('Verdienen zonder gas te verkopen') verzinnen en de politiek moet zich node heruitvinden om te vermijden dat het allemaal te clientelistisch wordt.

De bouwstenen voor het onderzoek naar deze vraag zijn alom te vinden. Rapporten van CPB, WRRRathenau-instituut, SER en allerhande denktanks. Wat echt nodig is, is het diepere én urgente inzicht bij zowel politici, media als betrokken burgers, dat we ons door de zelfgecreëerde waan van de dag laten afleiden van het borgen van een duurzame en betrokken toekomst voor ons allemaal. De telkens weer uitgestelde discussie over de bezinning op het parlementair stelsel zou daarom een prima kapstok zijn voor de benodigde fundamentele reflectie.

Staatscommissie bezinning parlementair stelsel: meer nodig dan ooit
Als we het bovenstaande niet doen, dan staat ons, net als in 2015, een nieuw jaar te wachten waarin weinig fundamenteel, vooral angstgericht wordt gehandeld door politiek en media. We versterken dan een korte-termijn oriëntatie in de samenleving. We doen niets aan de toenemende tweedelingen tussen haves en have-nots en staan toe dat onze politici zich blijven bemoeien met paperclips, NS en plakband in plaats van de zaken die er voor Nederland echt toe doen.

We koersen dan onvermijdelijk af op een situatie waarin de uiterst relevante exercitie 'Bezinning parlementair Stelsel' allereerst wordt uitgesteld (in verband met het voorzitterschap van de Europese Raad). Vervolgens mondt dat dan, kort voor de volgende verkiezingen uit tot het kortwieken van de Eerste Kamer door de Tweede Kamer onder het motto: we willen voortaan geen last van jullie hebben, want aan meedenkers en consensus bereiken hebben we als leidende politici geen zin.

Mijn nieuwjaarswens voor 2016 is daarom dat we komend jaar echt goed werk maken van de Bezinning op ons Parlementair Stelsel en daarbij:
a- proberen te vermijden dat we alleen de usual suspects in de Staatscommissie zetten,
b- zorgen dat de input van burgers in het proces goed is geborgd (door meer dan een obligate consultatie),
c- werken vanuit een visie op een Nederland dat in de toekomst duurzaam en verbonden blijft opereren,
d- tot slot de Commissie op werkelijke afstand van de politiek zetten en niet meegaan in de klassieke Rutte-truuk om het niet te allesomvattend en breed te maken.

Het spreekt voor zich dat ik daarbij als oude staatsgediende langs deze zijlijn klaar sta om ook mijn steentje bij te dragen.


PS. Ja natuurlijk weet ik dat dit bezinningsvoorstel een 1-2-tje tussen Rutte en incapabele toezichthouder Loek Hermans was om voor de toekomst de Senaat buitenspel te kunnen zetten, maar dat mag ons er niet van weerhouden het initiatief anders en met meer diepgang in te zetten. Toch?

vrijdag 18 december 2015

Verbazing over de rechtsstaat van Rutte, Teeven c.s. die verder in ontbinding raakt

Heel het land en half de Tweede Kamer heeft zich deze week verbaasd over de manier waarop politici en het ministerie van Veiligheid en Justitie zijn omgegaan met de 'Teeven-deal'. Op een ontluisterende manier is er gesmoesd, gedraaid, gespind en stof opgeklopt om het publiek en parlement het zicht op de werkelijkheid te ontnemen.

Het eindresultaat: Nederige buigingen en verbale spijtbetuigingen waar Japanners nog een voorbeeld aan kunnen nemen. Desalniettemin ook een grote motie van afkeuring die het niet haalde maar als strafpunt op het conto van Rutte bijgeschreven kan worden. Temidden van grote woorden over het belang van de rechtsstaat en hoe dat verkwanseld zou zijn.

Liever makkelijk scoren dan hand in eigen boezem over rechtstaat
Wat mij verbaasd in de collectieve nabespreking van het debat van deze week, is dat er zo weinig echte aandacht was voor het onderwerp in kwestie: de rechtsstaat. Natuurlijk is er van alles aan te merken op de Teeven-deal. En natuurlijk is Rutte als de ultieme paling in een emmer snot weer door het debat geglipt. Maar ten principale zou de politiek zélf de hand in eigen boezem moeten steken.

Een terugkerend element in mijn analyses is dat opeenvolgende politici van alle kleuren onze rechtsstaat demonteren waar we bijstaan. We kijken er namelijk al lang meer niet van op dat politici zich omwille van korte termijn gewin niet meer houden aan basale principes zoals:
- goed luisteren naar de Raad van State in plaats van negeren
- respecteren van verworven rechten van de burger en niet met terugwerkende kracht zaken afpakken,
- het hanteren van zorgvuldige tijdlijnen voor nieuwe regelgeving in plaats van alle spoedklussen en wetjes die dan tot implementatieproblemen leiden,
- het respecteren van de Trias Politica door kamerleden (door zich te onthouden van commentaar op rechterlijke macht).

Wie de schoen past.... 
Zeker, de Teevendeal staat op gespannen voet met de principes van de rechtsstaat. Maar dat hoeft gezien het opportunistische windbuil-karakter van de huidige VVD en haar voorman niet te verbazen.

Wat zou moeten verbazen is dat onze rechtsstaat, ondanks de obligate woorden van deze week, zo weinig centraal staat in het handelen van alle politici.

Het zou de Tweede Kamerleden sieren als ze op dit punt toch ook eens bij zichzelf eens te rade (blijven) gaan.

vrijdag 13 november 2015

Verbazing over commissie Stiekem-affaire: benieuwd naar parlementair voorbeeld

Vandaag werd bekend dat een eeuwenoude procedure in gang gezet moet worden omdat de kans bestaat dat een fractievoorzitter een ambtsmisdrijf heeft begaan door het lekken van informatie aan de pers. Temidden van alle procedurele discussies (welk onderzoek, door wie, op grond van welke wet) verbaas ik me over de vraag die niet gesteld wordt: welk voorbeeld geven de fractievoorzitters in het parlement nu zelf aan de samenleving?

De leiderschapsvraag: de morele boemerang komt terug
De afgelopen jaren heeft menig partij en menig fractievoorzitter zich te pas en te onpas een oordeel aangemeten over het morele gehalte van hooggeplaatste personen in de maatschappij. Of het nu bankiers zijn, leidinggevenden van NS, ziekenhuizen of anderszins, altijd stond de politiek wel klaar om aanmatigend nieuwe regels te stellen in de hoop het gedrag van betrokkenen aan te passen.

Vandaag kwam de langverwachte boemerang terug. Aan de orde is de integriteit van Kamerleden zelf, sterker nog: van de fractievoorzitters. En plotseling verliest iedereen zich in allerlei regels, procedures, vervolgonderzoek en wat dies meer zij. Opeens bevindt de politiek zich in een identieke situatie als de diverse sectoren die ze zelf de maat heeft genomen.

Duiken?
Ik verbaas me dat er nu niet naar de geest van de problematiek wordt gekeken, maar naarstig gezocht is naar mogelijkheden om binnen de kaders van de wet te duiken.

Het meest treffend is dat te zien in de volgende tekst van het presidium van de Tweede Kamer:
Om die reden, alsmede vanwege de beperkt beschikbare tijd, is het Presidium van mening dat de reikwijdte van het onderzoek zo beperkt mogelijk moet blijven, maar anderzijds wel voldoende om tot een verantwoorde beslissing te kunnen komen over de vraag of er voldoende grond voor vervolging is. In het belang van de objectiviteit van het onderzoek adviseert het Presidium de commissie te bezien of ook zonder kennisneming van de namen tot een verantwoorde beslissing kan worden gekomen.  

Dit klinkt heel loffelijk, maar het geeft te denken. Beperkt de reikwijdte: betekent dat niet verder kijken dan je neus lang is. En moeten we uit die anonimiteit begrijpen dat er dus voor iedereen spelregels zijn in de Tweede Kamer, maar doorgaans die tussen de hooggeplaatsten (fractieleiders) anders uitwerken? Weegt dus het handelen van een fractieleider van een kleine partij ten principale anders dan dat van die van een grote partij?

Of is de gedachte om, vooruitlopend op een niet-vervolg beslissing, nu alvast een doofpot route uit te stippelen, waarmee het gezicht wordt gered van een vooraanstaand fractievoorzitter? De gedachte is dan dat - zonder aanziens des persoons - de commissie op grond van een beperkt onderzoek besluit dat het niet de moeite waard is om te vervolgen, waarmee het er niet meer toe doet wie het was.

....of leiden door het goede voorbeeld te geven?
Een goede leider heeft geen regels nodig om een goed voorbeeld te geven aan zijn medewerkers. Als je gelekt hebt en fout zat kun je dat erkennen en de conclusie trekken. Dan doen alle regels en procedures en eeuwenoude wetten er niet toe: soms is de geest van de wet en het goede voorbeeld  belangrijker dan de letter: precies dat wat Kamerleden en fractievoorzitters ook de bankiers veelvuldig inwreven rond hun bonussen. Mij lijkt dat het nu hun beurt is.

Stiekem-gate is daarmee een onverwachte lakmoesproef voor het gehalte van de Nederlandse politiek. Er ligt een bijzondere kans voor een fractievoorzitter om een klinkend voorbeeld aan de samenleving te geven. Ja, ik zat fout, ja ik erken dat en ja ik geef mijn positie op. Elk ander gedrag komt in wezen neer op dat van het stout en zwijgend kind in de stille schoolklas waar iedereen weet wie het krijtje naar het bord gooide, maar niemand iets zegt.

De poldermanier: over 30 jaar weten we meer....
Alhoewel ik uit de grond van mijn hart anders hoop, vrees ik dat de fractievoorzitters het leiderschap ontberen om uit eigen beweging, conform eigen geweten, het goede voorbeeld te geven en open kaart te spelen, ongeacht de consequenties. In die inschatting wordt ik gesterkt doordat vandaag alvast door het Presidium van de Tweede Kamer de mist-machine is aangezet.

Ik verwacht dan ook dat er door handig manoeuvreren de eerstvolgende 30 jaar niet duidelijk zal worden wie gelekt heeft. Pas dan komt in memoires een variatie van één van de volgende scenario's naar voren:
- Zijlstra heeft gelekt en hoog spel gespeeld door ook zelf aangifte te doen,
- Pechtold heeft gelekt in een poging de coalitie pootje te haken,
- overige meer of minder waarschijnlijke scenario's.

Wat we niet zien: het moreel appèl
Het meest belangrijk is wat we vandaag niet zagen: een oproep van het Presidium aan de betreffende fractievoorzitters om, los van de procedure, ernstig in overweging te nemen om het juiste te doen, pro-actief open kaart te spelen en zelf naar voren te treden.


dinsdag 15 september 2015

Verbazing over verbluffend wereldvreemde troonrede van 2015

Al in de eerste alinea was het raak. Het kabinet roept hoera, de vlag kan uit, dankzij de Nederlanders zelf gaat het goed met de groei. Maar we mogen niet achteroverleunen, want er is veel werk aan de winkel.

Tja, hoe wereldvreemd kun je zijn?

Monetair/budgettaire witte vlek
Ik verbaas me over het enorm gebrek aan monetair en budgettair inzicht bij dit kabinet. Dankzij grootschalige interventies in de financiële markten is de rente op een zinloos laag niveau en zal die daar nog vrij lang blijven. Het netto effect: spaarders krijgen te weinig rente en bedrijven laden zich vol met goedkoop geld. Of de prijzen in de markt ook écht de prijzen zijn, is door de monetaire impulsen niet te zeggen. Kortom: ook als we denken dat het economisch goed gaat zou het zomaar kunnen dat we op een tijdelijke monetaire ijsschots staan.

Dan het budgettaire verhaal. Nederland is een gasbel-economie en dit jaar werd duidelijk dat de inkomsten zeer onzeker zijn (en mogelijk ook in Groningen nog wat extra onverwachte kosten oplevert). Alle reden dus om na te denken wat ons nieuwe business-model als Nederland moet worden. Hoe verdienen we straks ons geld zonder gas. Heeft u daar iets over gehoord? Ik ook niet; het ging vooral over een plan voor strategische energievoorziening, niet zozeer over ons huishoudboekje dat daaraan direkt verbonden is.

Strooigoed voor het volk
Wat doet het kabinet intussen. Na doorvoering van diverse rampzalige, slecht doordachte wijzigingen (van het type, te snel, te makkelijk en over de muur gegooid) duikt het kabinet nog rustig even voor de moeilijke issues rond belastinghervorming bijvoorbeeld. Vervolgens wordt de minieme budgettaire ruimte die onder de EU regels bestaat benut om links en rechts wat strooigoed uit te delen aan het volk en pleisters te plakken op de grootste wonden die het kabinetsbeleid veroorzaakte. Dat alles in combinatie met het motto: als participatiemaatschappij mag u ook zelf de handen uit de mouwen steken.

De politici en de politiek die we verdienen
Elk land krijgt, zo is mijn stelling, de politici die het verdient. Bij ons zijn ze, dankzij ons kleine schaal, ook klein van geest. En dankzij ons eigen kleine (stem-)gedrag in Nederland (kijkend naar de korte termijn, niet kritisch bevragen van politiek maar blij zijn met de toegeworpen kruimels en Sinterklaaslijstjes) zal dat voorlopig ook wel zo blijven.


donderdag 3 september 2015

Verbazing over een foto... en het onvermijdelijke vervolg.

Ik had er al over gehoord op de radio. De foto. Hij had over Twitter geraasd. En lag nu op de voorpagina van de ochtendkrant op de deurmat. Het ontlokte mij treurigheid op vele niveaus.

Treurigheid over ontheemde en vluchtende mensen die tijdens hun vlucht sterven.
Treurigheid over machtsverwikkelingen tussen staten waarvan de gewone mens de dupe wordt.
Treurigheid over muren en hekken die geplaatst worden rondom het land van melk en honing.
Treurigheid over de onvermijdelijke tijdelijkheid van de impact van de foto.
Treurigheid over de evenzo onvermijdelijke verdere oprekking van fatsoensgrenzen door de media.
Treurigheid omdat het onmogelijk zal zijn de foto niet onverhoeds ergens tegen te komen.
Treurigheid over de onvermijdelijke beeld-ingesteldheid van onze samenleving.

Bij dat al blijft het me verbazen hoe snel onze samenleving zo'n beeld naar zich toehaalt, tijdelijk verontwaardigd zal zijn, het beeld en de achterliggende ontwikkeling centraal stelt en vervolgens weer over gaat tot de orde van de dag. Om dan volgend jaar bij de World Press Photo uitreiking het helemaal met elkaar eens te zijn: ja dat was wel de terechte winnaar.

Bewuster handelen: ook zonder foto's
Ik weet; het is onvermijdelijk, je kunt niet elke dag stil staan bij dit soort foto's en de ontwikkelingen die erachter zitten. We kunnen niet massaal huis en baan inleveren om ergens anders ons steentje bij te dragen.

Maar we kunnen wel proberen elke dag te leven vanuit het bewustzijn van de bevoorrechtheid van onze positie hier. Vanuit het bewustzijn van de cruciale waarde die instituties in een land hebben om dit soort rampen te voorkomen. Vanuit het besef dat er elke dag, op vrij willekeurige plaatsen in de wereld, een soortgelijke foto te maken is.

Ik zou het heel mooi vinden - en uitermate reinigend voor ons politieke en economische bestel alhier - als we zo'n besef meer permanent en fundamenteel tot leidraad maken van ons handelen.

dinsdag 25 augustus 2015

Verbazing over de aandelendip en de aanhoudende monetaire morfinedroom

Dezer dagen staan de media vol van de kelderende aandelenbeurzen. Daar gaan natuurlijk allerlei analyses overheen komen. Wat mij daarbij vooral verbaast is hoe snel toch eigenlijk de samenleving gewend kan raken aan een disfunctioneel monetair beleid. We beseffen ons veel te weinig dat, hoewel de crisis in 2008/2009 ver weg lijkt, de huidige macro-economische situatie verre van normaal is.

Het is hoog tijd dat we onderkennen dat er meer en andere actie nodig is dan doorgaan op de huidige voet. In de kern van de zaak dient breder het besef door te dringen dat we, dankzij de overdreven ruime monetaire beleidsexperimenten van Fed, ECB en het dirigistische economische beleid van China in slaap gesust zijn. Er is een fundamentele omslag gaande en we dienen ons dat veel indringender te realiseren en ons gedrag daarop aan te passen. 

Waar ging het mis?
In 2010 beschreef ik dat met het onzalige monetaire verruimen van de VS een tijdperk ten einde kwam. Mijn toekomstvoorspelling op dat moment:
We komen ongetwijfeld in een merkwaardige monetaire situatie met vele asset bubbels terecht, met toenemend nationalisme/protectionisme en een door angsthazerij en incidentpolitiek overmatig gereguleerde financiële sector die de dynamiek in de diverse landen/economieën vermindert op een moment dat die juist een impuls nodig heeft. Verder moeten we dus maar gaan wennen aan het om de 4 jaar omvallen van een land, een valuta en een asset bubbel die ploft. Want dat is de schaal en consequentie van de werkelijke geïntegreerde financiële markten die onomkeerbaar uit hun voegen zijn gegroeid.
Vergelijkbare analyses kwamen vanuit de bureaus van onze bewakers van financiële stabiliteit. DNB schreef in 2011 al:
Net als in aanloop naar de crisis, nemen mondiale onevenwichtigheden toe en is sprake van overliquiditeit in het mondiale financieel systeem. Op middenlange termijn kunnen deze ontwikkelingen de financiële stabiliteit bedreigen, wanneer opnieuw zeepbellen op financiële markten of onhoudbare schuldposities ontstaan. De grenzen van het wereldwijde ruime monetair beleid zijn langzaamaan bereikt.
Een onvermogen om de klap te incasseren
Als er iets is dat onze huidige Westerse samenleving kenmerkt is het wel het onvermogen om tegenslag te incasseren. We zijn zo gewend geraakt aan techniek om ons te helpen bij het succesvol voorspellen en beheersen van zowel natuur als menselijk gedrag, dat we niet om kunnen gaan met een situatie waarin een economie een grote klap krijgt. En uit angst voor die klap wordt ten onrechte gegrepen naar monetaire stimulus om het economische leed te verzachten.  

Beleidsmakers maken zich met allerhande modellen wijs dat ze, hoewel het slecht weer is, nog prima in staat zijn om de macro-economische auto door het verkeer te loodsen. Ze bevinden zich in een situatie waarin de auto in een moeilijke bocht zit en je kunt kiezen: gasgeven en hem uit de bocht trekken of vaart minderen, Er wordt gekozen voor het gasgeven. Maar een beetje automobilist weet echter dat de te maken keuze (gasgeven) stoelt op het accuraat kunnen inschatten van de weersomstandigheden, grootte van de bocht en dergelijke. 

Het lijkt me realistischer om te erkennen dat de beleidsmakers feitelijk al ruim vijf jaar in dikke mist rijden en ternauwernood meer weten hoe ze de kar uit de bocht moeten halen. Er wordt stevig monetair gas gegeven in een bocht op een weg die men nog nooit eerder gereden heeft. Dat lijkt me een goed recept voor een verkeersongeluk of ten minste verkeerschaos. En die kunnen we op dit moment in de markt waarnemen.

Wake-up call uit de monetaire morfinedroom?
De implosie van aandelenbeurs en virtuele Chinese economie hoeft niet te verbazen. Wat ons moet verbazen is dat er met zo weinig urgentie wordt gezocht naar manieren om de fundamentele uitdagingen in de samenleving te onderkennen en daarop ons gedrag aan te passen:
- permanente aanwezigheid van teveel geld dat altijd wel ergens ter wereld bubbels zal veroorzaken,
- massale monetaire en politieke incidentpolitiek, waarbij botbreuken worden aangepakt door nicotinepleisters te plakken,
- eindigheid van resources en noodzaak op veel duurzamer manier te leven.

Ik ben reuze benieuwd wanneer en hoe we werkelijk wakker gaan worden uit deze monetaire morfinedroom. Telkens weer denk ik dat de lopende incidenten (Griekenland en de euro, monetaire verruimingswedstrijd, valutaire onregelmatigheden) als wake-up call fungeren. Evenzo vaak blijkt dit echter niet het geval te zijn. 

Voorlopig dromen we dus nog steeds rustig verder....

woensdag 15 juli 2015

Europa: definitief verheven tot zombiestaat

Tja, we zitten nu met een day after gevoel naar de reddingsdeal Griekenland te kijken en de discussie in het Griekse parlement. Het IMF heeft laten weten dat schuldvermindering toch echt nodig is en ook duidelijk is dat Griekenland met de rug tegen de muur stond: er was geen intern vermogen om feitelijk een grexit vorm te geven. Zonder dit alternatief komt er dus zeker een Grieks ja in het parlement en er is nog jaren gelazer in Europa.

Duitse strengheid prevaleert boven de Duitse denker Kant
Wat ik hoopte was dat de Europese landen zich zouden realiseren dat adel verplicht en dat het goed zou zijn om Griekenland bij de hand te nemen en te helpen. We hadden niet de Duitse strengheid nodig, maar de imperatief van Kant: doe een ander niet aan wat je niet zelf aangedaan wilt worden.

Helaas, het is er niet van gekomen en linksom of rechtsom betalen we de prijs. Er is gekozen voor een economische oorlogsvoering tussen EU-landen. Dat lijkt me weinig verschillend van feitelijke oorlogsvoering.

Netto effect: Europa als zombiestaat
De hoofdprijs die we nu betalen is dat vanaf nu Europa officieel een zombiestaat is geworden. Tot nu toe was het nog een sterke monetaire unie, met een onvolledige politieke unie, maar een ideaal en impliciete koers om tot integratie tekomen.

Het ideaal is nu weg. Het kille masker van de ongelijke economische oorlogsvoering toont zich en hoe zeer ook Europa nog lijkt te leven, lijkt  te bestaan, het hart klopt niet meer. De zombie loopt mechanisch in het rond en maakt anderen het leven zuur. Of, zoals Schama het verwoordde:

woensdag 8 juli 2015

In welk Europa willen we eigenlijk wonen (en wat is de rol van sociale media daarbij) ?

Ik schrijf dit stuk op de dag nadat Griekenland nog 2 dagen uitstel heeft gekregen. Tsipras staat in het Europees parlement en we staan op een historisch kruispunt in Europa. Er schieten tal van emoties door Europa en de enig relevante vraag lijkt me nu nog: in welk Europa willen we wonen?

De rol van de (afwezige social) media bij de vorming van Europa
Allereerst moeten we ons realiseren dat de invoering van de Euro in Europa één van de laatste grote paternalistische huzarenstukjes is die de Europese politici over hun volkeren hebben uitgestort. Juist in de aanloop naar de Euro was er sprake van massale groupthink bij de Europese politieke elite, gekoppeld aan een politiek en medialandschap (kranten, maar ook afwezige sociale media) waarin veel minder plek was voor de stem van het volk.

In die oude setting is de totstandkoming van de euro en de toelating van Griekenland het laatste staartje oude politiek. Een oude politiek die moeite had om het sentiment van het publiek goed aan te voelen. Een tweetal referenda in Nederland en Frankrijk over Europa leidde tot een NEE-meerderheid maar niet tot de gedachte bij de Europese politieke elite dat er serieus reden was om de Europese machine/motor (die alleen maar vooruit wilde) aan een kritische blik te onderwerpen.

Er werd wat mineur gesleuteld aan verdragsregels en de vraag over Europa werd overnieuw gesteld waarop een kleine meerderheid volgde. Europa kon weer verder en denken over het fundamentele vraagstuk van de onderliggende ontwerpkeuze (via een monetaire unie met een hele hoop frictie een politieke unie afdwingen) werd niet meer behandeld.

De rol van de huidige social media bij de hervorming van Europa
Naarmate Internet, Twitter en social media zich verspreidden was Europabreed te zien dat de politiek zich ook steeds vaker en meer richtte op de korte termijn emoties van het volk en het publiek. Het cruciale gevolg daarvan voor de politiek is dat er geen plaats meer is voor 'grand designs' omwille van het publieke goed. Elk groot idee wordt afgeknabbeld tot een levenloos compromis waarin iedere partij voor zijn achterban nog een snoepje kan laten zien dat onderdeel is geworden van de politieke taart die in parlement wordt gebakken.

Ik ben ervan overtuigd dat we geen Euro zouden hebben gehad als de internet-techniek en sociale media eerder verspreid waren geweest over Europa. Maar ik vrees ook dat juist die sociale media en de toegenomen snel wisselende kiezersvoorkeuren ertoe leiden dat Europese politici voelen dat ze vastzitten in hun locale nationale retoriek over Griekenland. Het netto effect is dat er geen feitelijke bewegingsvrijheid meer bestaat om in wijze onderhandelingen te besluiten tot een schuldvermindering die niet uitstraalt naar andere mediterrane landen.

De Europese regeringen zitten op de lijn: eerst knielen en dan genade. De Grieken (voor zover daarover te spreken is) zitten op de lijn: wij knielen niet als Europese regeringen niet erkennen ook zélf schuld te zijn aan de ontstane situatie. Dus die zeggen samen knielen en dan een oplossing vinden. Zo niet dan nemen wij ons verlies, want dan bepalen we zelf hoe we de pineut zijn en hebben we onze onzalige toekomst tenminste zelf in de hand.

Vooruit of achteruit dankzij Griekenland?
Kijkend naar de live-uitzending van het Europees debat over Griekenland zie ik vooral gebeuren wat de ontwerpers van de Euro voor ogen hadden. Er is veel frictie en spanning ontstaan in Europa als gevolg van de monetaire unie (zonder politieke unie). Die vindt zijn uitweg naar meer Europese instituties (bankunie enzovoorts) zodat we misschien wel uitkomen op een echte politieke unie.

Het zou heel erg mooi zijn als dit debat het begin zou zijn van een kanteling in opvattingen: een unfreezing van posities van Europese regeringen én Griekenland. Het zou de kracht van Europa tonen. En de sociale media zouden daarin een stimulerende rol hebben, met de Eu brede streaming van het huidige EU-debat over Griekenland als begin van een Europees demos.

De uiteindelijke realiteit kan ook een andere zijn: een koude economische, korte termijn kiezersgerichte politieke benadering die ertoe leidt dat er geen feitelijke oplossing voor het Griekse vraagstuk komt. Net zoals er nauwelijks eendracht te vinden is over de opvang van asielzoekers. In zo'n realiteit blijft/verwordt Europa tot een cynisch politiek machtsspel waarin de grootste lidstaten de spelregels naar hun hand zetten ten koste van de kleinere.

In welk Europa willen we wonen?
De invoering van de euro was in grote mate gerelateerd aan de wens om geen oorlogen meer in Europa te willen voeren. Want oorlogen leidt allemaal tot kapitaalvernietiging en dat schiet niet op.

Het lijkt me dat zich op dit moment in feite ook een oorlog afspeelt: nu echter een economische oorlog, met economische middelen, terminologie en legers van politici, economen en publieke opinie. De effecten zijn even serieus als een klassieke oorlog. En alhoewel we technisch gezien geen fysieke oorlog hebben zou ik filosofisch gezien durven stellen dat de huidige economische patstelling tussen Europa en Griekenland ook gewoon een klassieke oorlogsvoering is, zij het met andere middelen.

Europese regeringen die blijven vasthouden aan het economische dogma (en de eigen onschuld bij toelating Griekenland tot de Eurozone) boeken daarom in mijn ogen slechts een Pyrrus overwinning als hun houding ertoe leidt dat Griekenland de Euro verlaat.

Zo'n Grexit is het gevolg van een koude economische oorlog tussen landen en in zo'n Europa zou je niet moeten willen wonen. Er is dus maar één alternatief en dat is dat Europese landen over hun schaduw heenspringen onder het motto Adel verplicht.

dinsdag 7 juli 2015

Situatie Griekenland vergt hand in eigen boezem Eurolanden én Griekse politici

Ik dacht lange tijd dat uiteindelijk Europa de Grieken wel een helpende hand zouden toewerpen. Al was het alleen maar omdat de Eurolanden zelf in een onzinnige en overmoedige roes hebben besloten Griekenland toe te laten terwijl het niet kon. Zo'n bewuste keuze maakt medeverantwoordelijk voor waar we nu staan en zou mijn inziens leiden tot een oplossing, in welke vorm dan ook. Het duurt even, maar er komt vast een oplossing.

Of toch geen oplossing..?
Inmiddels lijkt het erop dat de Eurolanden en Europa nu vast zitten in een nieuwe andere roes. Een roes waarin niet wordt toegegeven aan de realiteit die in Griekenland zo duidelijk is. De leningen zijn hoe dan ook onhoudbaar en linksom of rechtsom is een schuldsanering de enige uitkomst. Weglopen voor die realiteit is zinloos en dat is feitelijk wat de Grieken de Eurolanden nog eens onder de neus wreven dit weekend. Dat gegeven willen de verzamelde regeringen echter niet horen, net zo min als destijds geluisterd werd naar gerechtvaardigde twijfels rond Griekenlands toetreding.

Griekenland: kip zonder kop?
Tegelijk dienen ook de Griekse politici meer verantwoordelijkheid te tonen. Als je land zo aan de afgrond staat kun je niet partijpolitiek blijven bedrijven, dan wordt het alle hens aan dek. En wat dat betreft bekruipt me het gevoel dat er volstrekt geen coherente en gemeenschappelijke basis is waarop de Griekse politiek drijft. Waar duizenden politieke commentatoren proberen cake te bakken van de
onderhandelingspositie lijkt me de enige juiste conclusie dat het land rondloopt als kip zonder kop.

Adel verplicht
Natuurlijk ligt er de kans op precedentwerking naar andere zuidelijke landen van Europa, maar Griekenland is uniek in de zin dat Europese regeringen collectief en bewust het land een te goedkoop toegangsticket voor de eurozone heeft gegeven. Daar hebben de twee zijden aan de deal schuld aan en dus moeten die twee er samen uitkomen.

Waar inmiddels duidelijk is dat feitelijk het politieke stelsel in Griekenland niet meer bij machte is om zichzelf te managen is de vraag of je dan als eurolanden star vasthoudt aan de fictie dat er nog een staat is, of dat je daar doorheen kijkt en ziet dat het land op allerlei fronten hulp nodig heeft. Mij dunkt dat dit laatste het geval zou moeten zijn.

Adel verplicht en het is aan de eurolanden en Europa om de situatie te kalmeren en op te lossen en deze zwakke broeder niet overboord te gooien maar bij de hand te nemen.

zondag 24 mei 2015

Verbazing: de jurk van Trijntje was eigenlijk toch best wel mooi ...!

Ik heb me de afgelopen weken verbaasd over de jurk van Trijntje. Die diep uitgesneden variant met haaiemotief bedoel ik dan. Ik vond het maar niets. Maar...... na gisteravond verbaasde ik me weer: achteraf bezien vond ik haar jurk eigenlijk best een eigen en karakteristieke twist hebben.


Groot was gisteravond namelijk mijn waardering toen ik bij het songfestival moest concluderen dat zeg maar 8 van de 10 dames (waaronder ook één van de presentratices) zo'n diep uitgesneden decolleté-tje hadden gekozen. Vervolgens kon ik niet ontkomen aan de conclusie dat Trijntje qua type jurk, gezien de trend, helemaal de juiste keuze had gemaakt.














Toen ik al die tientallen anderen jurken van hetzelfde model gisteren zag, met decolleté tot over de navel, steeg alsnog mijn waardering voor de klassejurk die Trijntje op het oog had. Waarvan akte.

PS. Overigens zou het met die mooie jurk nog steeds niets zijn geworden met Trijntje. Het liedje was, liedtechnisch, niet echt sterk,


woensdag 29 april 2015

Verbazing over bed, bad en brood?

De afgelopen weken concentreerde de soap van fristy-boys Rutte en Samsom zich op een lastig thema: bed, bad en brood. Hoe gaan we om met opvang van asielzoekers?

Geleidelijk is er stevige ophef ontstaan die morgen nog eens in de Kamer word besproken. Maar hoe verontwaardigd een ieder mag zijn: mij verbaast deze politieke treurnis niet. Juist rond de opvang van asielzoekers herhaalt zich in een notedop het hele drama van deze regeringscoalitie. Een drama dat voor de goede waarnemer al vanaf de start zichtbaar was.

1. Er is in alle haast een pseudo-coalitie neergezet die zich met papieren maatregelen rijk rekent en geen visie heeft op hoe je een verandering in de praktijk van alle dag neerzet en welke juridische veiligheidskleppen daarbij relevant zijn (zie deze blog bij het regeerakkoord van dit kabinet). Het woord illusiepolitiek dat ik toen in de mond nam, wordt nu in diverse commentaren gemeengoed.

2. Met een ivoren toren regeer-akkoord als uitgangspunt gingen de fristi-boys van de coalitie opeens allerlei maatschappelijke partijen bij hun discussies betrekken over de kabinetsvoornemens. De welwillende toekijker denkt dan: ze keren op hun schreden terug en betrekken het middenveld. De meer cynische observator zal zeggen: dit was een repareer-actie die in de kern geen afbreuk doet aan het gegeven dat de coalitie een visie op het middenveld mist.

3. Politiek, media en kiezer realiseren zich wellicht nu opeens dat ze bij de verkiezingen 2012 vergeten zijn te kijken naar een belangrijk punt en dat is: op welke wijze denken toekomstige regeringspartijen met de rest van Nederland samen te werken (juist ook zij die niet in de coalitie zitten). Juist in een moeilijke tijd is verbindend vermogen nodig.

Bruggen slaan naar nergensland
Ik herinner me nog goed de boeiende titel van het regeerakkoord: bruggen slaan. Een slechte titel, gekozen door een groep machtsbeluste politici die hun eigen politieke werkelijkheid belangrijker vinden dan het gezonde verstand en die lak hebben aan het werkelijk verbinden van de uiteenlopende groepen uit onze samenleving op basis van gedeelde waarden.

Het moge duidelijk zijn dat het bruggen bouwen van deze coalitie vooral richting Nergensland gaat.

woensdag 8 april 2015

Verbazing over hoorzitting banksector en wereldvreemde RvC-leden

Wie de afgelopen jaren een beetje opgelet had, kon vermoeden hoe de Tweede Kamer in de discussie zou zitten over beloningen in de banksector. Natuurlijk zou er drift zijn tot scoren, maar ook oprecht de vraag hoe je nu als RvC serieus kan menen dat je salarisverhogingen geeft in een sector met zo'n slecht trackrecord, die nog lang niet uit de crisis is en die dag in dag uit mensen ontslaat. Onderliggend speelde verder de behoefte om het woord sorry te horen en een stuk nederigheid te zien, omdat alle drie de instellingen (Aegon, ING en ABN AMRO) met geld van de gemeenschap geholpen/gered zijn.

Wat mij vooral verbaasde in de hoorzitting was de bestuurlijke cocon waarin de heren (uiteraard) RvC-leden zaten. De hoorzitting was, ondanks de korte termijn, mooi opgezet en wat mij betreft zakten de heren door de mand met hun voorspelbare eenzijdige blik op economie, arbeidsmarkt en noodzaak om een goed en consistent werkgever te zijn. Ik neem echter aan dat de Tweede Kamer niet zal doorbijten op dit onderwerp en de aandacht aanstaande donderdag in het Kamerdebat vooral gaat richten op juiste of onjuiste informatie van Dijsselbloem.

Voorprogramma van deskundigen
De opzet van de hoorzitting was eenvoudig, helder en doeltreffend. Eerst de experts vooraf en dan de hoofdschotel van RvC leden.

Rients Abma van de institutionele beleggers stelde eigenlijk met zoveel woorden dat Raden van Commissarissen toch nog te vaak het hoofd rond beloningen lieten hangen naar wat de HR-afdelingen van hun eigen instellingen hen influisterden en op dit punt te weinig een eigen koers liepen. Dat was een duidelijke kanttekening waar je wat mee kunt (en op zou kunnen doorvragen).

Marielle Patijn van FNV schetste het perspectief van de werknemer en de uit de hand gelopen verschillen in beloning tussen de minst- en meestverdienende medewerkers van de bank. Zij benoemde terecht de meest relevante passage uit de eed voor bankiers (zorgvuldig afwegen) en verwees ook naar tenenkrullende bijeenkomsten bij ABN AMRO waar het bestuur en RvC-leden hun beslissing rond beloning bleven toelichten vanuit een eigen gelijk (en de politiek als een vervelend mugje bleven zien).

Kilian Wawoe tenslotte was duidelijk in zijn toelichting op beloningen en lonen. Topbestuurders zitten er niet omdat ze intrinsiek gemotiveerd worden door het geld. Vlucht naar buitenland is onzinnig en het argument dat goede mensen in de markt gevonden moeten worden is flauwekul (met alle respect). Tegelijk schetste hij dat de topbestuurders vanuit hun eigen wereld met HR-vergelijkingslijstjes met andere bedrijven en lonen topbestuurders bleven redeneren. Vergelijken met lager verdienenden (zoals het palet dat FNV voorstelde) was natuurlijk niet aan de orde: het gaat om de peer-group.

De RvC-leden zelf
Uiteraard ging de aandacht het meest uit naar van Slingelandt van ABN AMRO, maar de bottom line was dat we drie grijze heren zagen die allen aangaven dat ze een zorgvuldige afweging hadden gemaakt, maar gewoonweg wél met de realiteit van de markt mee moeten gaan. Een alternatieve redenering is dat als een goed werkgever beloftes gestand moesten worden gedaan. En ja, de publieke ophef hadden ze wat onderschat en heel misschien zou de beslissing iets anders worden: (lees salarisverhoging iets lager) maar allemaal stonden ze achter hun besluit. Ze zouden het de volgende keer weer zo doen.

Wat ontbrak - en de Kamerleden behoorlijk stak - was dat geen van hen uit zichzelf terugkwam op het feit dat zij een instelling vertegenwoordigden die met belastinggeld was gered. Deels komt dat omdat de heren na de redding ingevlogen waren, maar het tekent het onvermogen van de heren om een goede inschatting te maken van het politiek speelveld. Waarmee wat mij betreft vraagtekens kunnen worden geplaatst bij hun geschiktheid (zoals bedoeld in de wet financieel toezicht):

"Om te waarborgen dat de besluitvorming binnen de onderneming op een evenwichtige en consistente wijze plaatsvindt, wordt van een beleidsbepaler geschiktheid verwacht op de volgende aspecten (niet limitatief): 
• meewegen van alle betrokken belangen;
• schriftelijk vastleggen van de uitkomsten van besluitvorming; 
• expliciteren op grond van welke overwegingen een besluit is genomen; 
• uitvoeren van een risico-analyse met input van diverse betrokken belangen; 
• informeren van klanten en stakeholders over de voor hen meest relevante zaken die de besluitvorming beïnvloeden; 
• maken van duidelijke keuzes en gemotiveerde doelstellingen en blijk geven van voldoende afweging van alternatieven; 
• consistent handelen in lijn met doelstellingen en gemaakte keuzes; 
• onder (veranderende) omstandigheden gemotiveerd afwijken van genomen besluiten."

Mooiste redeneringen
Wat ik één de mooiste redeneringen vond was het geijkte marktargument: je kunt niet met te weinig geld de markt op want dan vind je niet de goede mensen. Los van het feit dat Wawoe dit al vakkundig had ontzenuwd, is het zo dat op dit moment de financiële sector überhaupt geen markt te noemen is. ECB en FED bepalen de rentestand en de rest van de sector probeert zo goed mogelijk de nieuwe regels in te voeren. We zitten in een laatste pruttelrestje groei en dat moet de vraag doen stellen of je dan wel mensen nodig hebt voor wie geld het belangrijkste is bij de te maken keuze. Alleen al die voorkeur maakt dat je de verkeerde mensen op het verkeerde moment zult benoemen. Dit tijdsgewricht vraagt om ander soort leiders.

Daarmee zijn we dan ook direkt bij het hoofdprobleem. Juist de regels rond geschiktheid en betrouwbaarheid van bankbestuurders maken dat in een te klein cirkeltje mensen wordt gekeken naar geschikte kandidaten om in de RvC van een bank te zitten. Vervolgens gaan die mensen in hun old-school modus verder met doen wat ze altijd deden: het bestuur dekken, de kant van de aandeelhouder kiezen. De realiteit van de recente financiële crisis en fundamentele gedragswijziging die dit vergt is bij hen niet doorgedrongen. En dat kun je zien. Daarmee veroordeelt de banksector zichzelf tot een versnelde neergang wegens gebrek aan lucht, open structuren en voeten op de grond.

Tegelijkertijd was ook te zien dat de heren uitermate verbaal vaardig en boerenslim sensitief zijn. Ze zetten een milde vorm van nederigheid neer maar ook het verhaal dat ze het niet anders zouden kunnen of willen. In feite zeiden ze dus tegen de Tweede Kamer: je kunt de boom in met het gevraag naar ethische afwegingen; wij maken de onze (in onze eigen realiteit) en laten ons de wet niet voorschrijven.

Het vervolg
Ik denk dat er, net als anderhalf jaar geleden, geen meerderheid in de Tweede Kamer bestaat om alsnog een amendement aan te nemen dat de loonsverhoging (in verband met de bonuscap) verbiedt. De verontwaardiging zal groot zijn en het verbale geschut zal uit de kast worden gehaald, maar de aandacht zal zich vast verleggen naar wat Minister Dijsselbloem allemaal wel en niet gedaan heeft. Ook die zal uiteindelijk met een welgetimed sorry uit het debat komen.

Als laatste nabrander komt dan de FNV met een petitie op 20 april en dat zal dan wel het einde zijn van een zeer terechte, zeer juiste en tegelijk hoogst onbevredigende episode in de Nederlandse bankgeschiedenis met het motto:
         All animals are equal, but some animals are more equal than others.


woensdag 1 april 2015

Verbazing over top ABN AMRO die de bancaire eed en tuchtrecht de doodsteek geeft

Zoals zo vaak bij politieke relletjes, moet je weten waar je moet kijken. In de zooi die ABN AMRO heet wordt nu door ABN AMRO een nieuw hoofdstuk geschreven met de titel: 'Moddersmijten en verongelijktheid'. En tegen die werkelijkheid kan geen toneelstuk op.

Bankiers schuilen achter de rug in plaats van in de wind te staan
Waar iedereen zich nu afvraagt of Dijsselbloem nu wel of niet heeft toegezegd dat hij de salarisverhoging zou steunen verbaast het me dat niet wordt gekeken naar de essentie: de top van de bank probeert te duiken voor een maatschappelijke discussie en de eigen verantwoordelijkheid door met de Minister af te spreken dat die hen in parlement en publieke opinie rugdekking gaat geven over bonustoekenningen.

Daarmee toont ABN AMRO zijn ware gezicht: er is geen greintje eigen moraliteit en zelfdiscipline aanwezig en men verschuilt zich achter elk soort gelegenheidsredeneringen dat maar te vinden is. Boeiend is dat men intern vindt in zijn recht te staan en het zelf geoorloofd is om die verongelijktheid vorm te geven door met modder te gaan gooien naar de Minister van Financiën.

Dat moge dan spannende discussies in het parlement opleveren, feit blijft dat kennelijk de top ook snapte dat de salarisverhoging maatschappelijk ongepast was en doelbewust besluit om zich daar niets van aan te trekken (en in te dekken bij de Minister).

De doodsteek voor de eed en het tuchtrecht
Het voorbeeldgedrag dat hier tentoon wordt gespreid is effectief de doodsteek voor de eed van de financiële sector en het tuchtrecht, die vanaf vandaag officieel in werking treden. Het is zonneklaar dat de top van deze bank de maatschappelijke discussie niet aanvoelt en niet open zélf tegemoet treed, maar probeert te duiken achter de rug van anderen.

De verantwoordelijke commissaris voor beloning is daarbij afgetreden, in naam omdat hij vond dat hij de maatschappelijk ophef verkeerd had ingeschat, maar intussen blijft hij stug volhouden aan tunnelredeneringen waarin de beloningen terecht zijn. Hij was het al niet eens was met het feit dat een veel hogere bonus eerder al geschrapt was.

Kortom, terwijl op lager niveau van de bank mensen zonder pardon worden ontslagen en onderworpen aan tuchtrecht onder de eed, is duidelijk dat alle toekomstige discussies en zaken rond eed en tuchtrecht vooral bedoeld zijn om het lagere volk te dresseren terwijl het hogere bancaire volk zich volstrekt in het eigen gelijk wentelt, met modder smijt en zich aan de eigen verantwoordelijkheid blijft onttrekken.

Ongelofelijk jammer
Dat de eerstvolgende bancaire affaire in Nederland uit de hoek van ABN AMRO zou komen kon voor iedereen al langer duidelijk zijn (zie deze voorspelling van begin 2014), maar het blijft ongelofelijk zonde dat een sector die op allerlei lagere niveaus oprecht zijn best doet om het beter te doen, zo door een paar in groupthink wonende, disfunctionerende bestuurders te kakken wordt gezet.


zaterdag 21 maart 2015

Verbazing over verkiezingsuitslag Provinciale Staten of niet?

Ik heb me toch een beetje verbaasd over de verkiezingsuitslag Provinciale Staten van deze week. Ik vermoedde dat we toch een verdere polarisatie zouden zien en winst voor Wilders. Wat er feitelijk gebeurde lijkt echter het uitgestelde demasqué van de PvdA te zijn, dat zich afspeelt tegen de achtergrond van de ontzuilde en gecommercialiseerde politieke markt.

Verkiezingen 2012: gedreven door antipathie
Onze vorige Tweede Kamer verkiezingen mondde gaandeweg uit in een strijd tussen VVD en PvdA. De kiezer rekende af met het CDA en vluchtte naar de zijkanten van het politieke spectrum. Veel van de dynamiek werd daarbij bepaald door antipathie. De linksen wilden voorkomen dat de VVD de grootste werd en de rechtsen dat de PvdA de grootste werd. Daarmee zagen beide partijen er groter uit dan hun feitelijke aanhang was.

Inmiddels zijn we twee jaar verder en is iedereen gewend aan de ongelukkige samenwerk-constructie tussen links en rechts. De kiezers van PvdA zijn daarbij misschien wel meer gedesillusioneerd geraakt dan die van de VVD omdat de PvdA zo nadrukkelijk het eerlijke verhaal had gepositioneerd bij de verkiezingen. Daarnaast is de netto afdronk van het beleid tot nu toe meer negatief op PvdA punten (een onzinnig leenstelsel, over de muur gegooide zorg naar gemeenten) dan op VVD punten (hypotheekrente aftrek heel langzaam afbouwen).

Provinciale Statenverkiezingen: terugkomen op het oude honk
De Provinciale Statenverkiezingen van dit jaar boden bij uitstek de gelegenheid bieden om een correctie aan te brengen op de stem van 2015. Kiezers hebben gezien dat zowel Samsom als Rutte vastgeplakt zitten aan de macht en aan elkaar. En konden zonder al te grote gevolgen (de coalitie moet toch al onderhandelen om de Eerste Kamer een meerderheid te krijgen) hun echte stem laten horen.

De verkiezingsuitslag lijkt te tonen dat de spijtoptanten die voorheen PvdA en VVD stemden nu terugkeren op hun honk. Daarbij krijgen de SP en D66 wat extra stemmen als tegenstem van de coalitie. In de kern resteert daarmee een landschap waarin voor CDA, PvdA, VVD, SP, D66/GL en PVV een hoeveelheid van circa 20 stemmen normaal is. De rest danst er wat omheen.

Meest opvallend vind ik verder dat de polarisatie die onder de vorige Tweede Kamer uitslag leek te liggen nu tot staan is gebracht. Het CDA neemt weer de middenpositie in en de polarisatie naar de flanken is gestopt. Het PVV-effect is wel uitgewerkt en de rol van Wilders is nu officieel die van de irritante nar in de Nederlandse politiek. Altijd goed voor een kwinkslag waarin een kern van waarheid zit, maar het blijft een nar.

Sinds wanneer hebben we de nieuwe normaal eigenlijk?
In diverse discussies na de Statenverkiezingen van deze week (ook vanmiddag weer in Kamerbreed) werd ook al geobserveerd dat er een nieuwe normaal ontstaat waarin er zes partijen even groot lijken. Wat mij opviel bij de discussie is dat er te weinig wordt gezien dat de tijd van grote blokken eigenlijk al langer geleden is verdwenen.

Laten we eens kijken naar de tabel met 2e kamer uitslagen (en 2015 PS ingevoegd)

1998 2003 2006 2010 2012 2015
CDA 29 44 41 21 13 23
PvdA 45 42 33 30 38 16
SP 5 9 25 15 15 18
D66 14 6 3 10 12 20
GL 11 8 7 10 4 8
VVD 38 28 22 31 41 25
PVV(LPF)CD 0 8 9 24 15 18
Unie55/AOV/PvdD 0 0 2 2 4 11
CU 5 3 6 5 5 7
SGP 3 2 2 2 3 4

Naast de PvdA kwam de SP op, naast de VVD kwam lijst Fortuijn, LPF en PVV en naast CDA kwamen D66 en GroenLinks in beeld. Deze ontwikkeling is echter door uiteenlopende omstandigheden gemaskeerd:
- in 2003 was er het Balkenende effect: temidden van crisistijd een zucht naar de zekerheid zoeken bij CDA
- in 2006 was er voor D66 het effect van de kabinetscrisis, waardoor de partij kleiner leek en SP kon profiteren,
- in 2010 waren de kiezers helemaal klaar met het CDA en Balkenende en schoven de stemmen flink naar rechts richting Wilders.

Mijn analyse zou zijn dat we door de combinatie ontzuiling, consumentistisch gedrag en een kiezer/politiek die zich richt naar het economisch frame van de politiek als een winkelitem feitelijk al vrij lang in een situatie zitten van een permanent heen en weer klotsen van kiezers tussen de zes bovengenoemde polen: CDA, PvdA, VVD, SP, D66/GL en PVV. Intussen blijft aan de zijkanten de kiezer honkvast op niet-ontzuilde idealen: SGP, CU en themapartijen voor ouderen/dieren.

Naar een nieuwe politieke aanpak en werkwijze?
Een boeiende vraag is of dit nieuwe spectrum van zes ijsschotsen met stemmers nu ook in de Nederlandse politiek gaat vragen om een andere aanpak, andere inrichting van kamers, verkiezingen enzovoorts?

Mij lijkt van wel, met name omdat de politiek zich de afgelopen jaren van een zo'n incidentgerichte en pragmatische kant laat zien. Alle onderwerpen kunnen onder het motto landsbelang tegen elkaar uitgeruild worden en het is echt niet (meer) te voorspellen of een partij een bepaald verkiezingspunt echt vasthoudt of toch uitruilt.

In zo'n veld van zes politieke kampen die allemaal met elkaar afspraken kunnen maken, uitruilen en wegonderhandelen kunnen we natuurlijk gewoon doorgaan op de onbevredigende weg van media-verkiezings-gekakel en politieke Miss-verkiezingen. Elke stem op één van de zes middenpartijen is daarbij in potentie uitruilbaar. Tenzij er natuurlijk meer duidelijkheid vooraf bestaat over mogelijke samenwerkingen over concept-regeerakkoorden ná de verkiezingen.

Ik kan me bij zo'n nieuwe benadering wel wat voorstellen en moedig de partijen graag aan om die weg te bewandelen. Zo'n werkwijze sluit ook beter aan bij de rol die Parlement zichzelf rond de formatie heeft toegeeigend. Er hoeft dan niet lang door Parlement worden gebakkeleid over wat de uitkomst van de verkiezingsuitslag betekent: de kiezer koos met de partij ook voor een voorkeurs-samenwerking.

Zou dit ook gaan gebeuren?
Ik ben benieuwd. Zeker is wel dat de PvdA voorheen vanuit eigen gepercipieerde kracht weigerde om voor de verkiezingen duidelijke uitspraken te willen doen over al dan niet samenwerken met andere linkse partijen. Wellicht is dat bij de volgende verkiezingen (en de ongetwijfeld nieuwe leider van de PvdA op dat moment) nu anders.